“Mensen willen gehoord worden.”
De hele dag op kantoor zitten? Dat is eigenlijk niks voor Woonplus-medewerker Dylan Mawlud. Hij wil buiten zijn, met mensen werken. Dus toen hij de kans zag om de overstap van het klantcontactcentrum naar wijkbeheer te maken, pakte hij die met beide handen aan. “Ik wil meehelpen om Schiedam een stukje beter te maken.”
Ooit droomde Dylan (spreek uit: die-lan) van een loopbaan bij Defensie. De spanning, actief bezig zijn, altijd in de buitenlucht – fantastisch leek hem dat. Maar het leven liep anders. Dylan werd jong vader en vond dat niet samengaan met een militaire carrière. Hij volgde een opleiding tot applicatiebeheerder, kwam in de IT terecht en uiteindelijk bij het klantcontactcentrum van Woonplus.
“Het is zoals het is”, zegt Dylan zonder ook maar een spoortje spijt. “Ik heb een prachtige zoon. Vijf is hij inmiddels. We hebben een abonnement op de bioscoop. Afgelopen zomervakantie zijn we bijna elke dag geweest. Ik denk dat ik alle kinderfilms die nu draaien wel drie keer heb gezien. Mijn zoontje vond dat leuk, want hij wist steeds al wat er ging gebeuren.” Dylan grinnikt: “Zelf vond ik het iets minder. Maar ja, hij had het naar zijn zin en dat is voor mij dan het belangrijkste.”
Van kantoor naar de straat
Waar het bioscoopbezoek wel mee hielp: de tijd verdrijven. Op dat moment wist Dylan namelijk al dat hij op 1 september zijn bureaustoel in het klantcontactcentrum zou verwisselen voor de straten van Schiedam-Oost, -Zuid en een deel van Nieuwland. Als wijkbeheerder. Al die tijd trappelde hij van ongeduld. Gelukkig kon Dylan al een ruime week voor zijn officiële start zijn wijkbeheerderskloffie aantrekken: een zwarte werkbroek en een T-shirt in dezelfde kleur. “Mooi hè?”, lacht hij, terwijl hij met zijn hand over het Woonplus-logo op zijn T-shirt wrijft. “Ik hoef nu ook nooit meer ’s morgens na te denken over wat ik aantrek. Heerlijk!”
Beter leren communiceren
Dat Dylan bij Woonplus terechtkwam, was eigenlijk toeval. “Bij mijn vorige werkgever onderhield ik de computersystemen, websites en webshop. Leuk werk, maar hele dagen op kantoor, ik vond het gewoon niet leuk. Tijdens mijn zoektocht naar een andere baan, zag ik de vacature voor medewerker van het klantcontactcentrum voorbij komen. Dat was ook wel op kantoor, maar ik zag het als een goede manier om beter te leren communiceren. Bovendien zit Woonplus in Schiedam, de stad waar ik ben opgegroeid. Een mooie bijkomstigheid.”
Nog niet klaar
Dylan kijkt terug op een goede tijd in het klantcontactcentrum. “Het is eigenlijk de hoofdingang van Woonplus. Alles wat met de organisatie te maken heeft – reparaties, betalingen, overlast – komt daar als eerste binnen. Ik zat ook in een superleuk team. Maar na een paar maanden wist ik wel heel zeker dat ik echt geen kantoorbaan meer wilde. Ik wil de deur uit, mensen in de ogen kunnen kijken als ik met ze praat.” En toch, de eerste keer dat Dylan de vacature van wijkbeheerder zag langskomen, solliciteerde hij nog niet. “Ik voelde me op dat moment nog niet klaar om die stap te zetten. Ik wilde eerst leren hoe het in het klantcontactcentrum allemaal gaat. Hoe de systemen werken en welke vragen huurders hebben.”
Echt iets betekenen
Toen de vacature opnieuw langskwam, was Dylan er wel klaar voor. “Ik ben meteen naar personeelszaken gestapt! Wat mij zo aantrekt in de functie? Je bent op straat, hebt verantwoordelijkheid, kunt echt iets betekenen. Als ik in het klantcontactcentrum een melding van overlast kreeg, kon ik niets meer doen dan het aanhoren en doorzetten naar wijkbeheer. Terwijl ik dat juist zelf wilde oppakken.”
Even laten uitpraten
Nu hij zelf wijkbeheerder is, maakt Dylan dankbaar gebruik van wat hij in het klantcontactcentrum heeft geleerd. “Ik begrijp huurders goed, omdat ik het Woonplus-systeem door en door ken. Ik kan ze met al hun vragen helpen. Wat ik ook merkte aan de telefoon: soms moet je mensen gewoon even laten uitpraten. Bij een melding van overlast, bijvoorbeeld. Een melder wil zijn verhaal kwijt, gehoord worden. Als iemand boos is en jij onderbreekt die persoon steeds, dat werkt niet.”
Dylan vindt het ook fijn dat hij in zijn rol als wijkbeheerder kan bijdragen aan de stad waar hij opgroeide. “Elke overlastmelding die ik kan oplossen, elke buurt die ik een stukje leuker, een stukje beter kan maken, dat voelt persoonlijk. Ja, ik ben echt ontzettend blij met deze stap!”